Interview met Janine Lazet, bestuurslid bij het CPZ en lid van de landelijke coalitie Kansrijke Start

Janine Lazet is bedrijfseconoom en organisatiesocioloog maar bovenal, zo benadrukt ze, verloskundige. Ze werkt in een verloskundigenpraktijk in Utrecht Leidsche Rijn. Janine bekleedt sinds mei van dit jaar namens de KNOV een bestuursfunctie bij het CPZ en is lid geworden van de Landelijke Coalitie Kansrijke Start

©CPZ

Hoe wordt een bedrijfseconoom en organisatiesocioloog ‘bovenal’ een verloskundige?

 “Ik ben op mijn 33e opnieuw naar school gegaan en met hart en ziel verloskundige geworden. Mijn achtergrond verruimt mijn blikveld overigens op meerdere fronten. Naast werken in de zorg ben ik vooral ook bezig met de organisatie van zorg. Hoe kunnen we het functioneren van mensen in organisaties verbeteren? Hoe kunnen we er met elkaar voor zorgen dat de vraag van de cliënt het best wordt ingevuld?”

Geldt dat organisatievraagstuk vooruw praktijk, de Geboortezaak in Utrecht?

 “Ja, maar het gaat eigenlijk op voor de organisatie van de hele verloskundige zorg. Daarom vind ik het ook zo interessant om juist bij het CPZ een bestuursfunctie te bekleden. Ik ben ervan overtuigd dat multidisciplinaire en overkoepelende vragen de meest overtuigende antwoorden opleveren. Het is belangrijk om het denken in afgebakende vakgebieden te vervangen door het integrale denken.”

Waarom is dat zo belangrijk?

 “Omdat ‘dé’ zwangere vrouw niet meer bestaat. Elke casus staat meer en meer op zichzelf. In de praktijk kijken we steeds meer naar individuen. En bij elke zwangere vrouw moet onderzocht worden wat deze individuele vrouw nodig heeft. En misschien is dat wel iets wat niet per se in mijn tasje zit. Misschien moet ik haar iets aanreiken uit de tas van een gynaecoloog, of doula, of een psycholoog.”

Is preventie voor u een belangrijk thema?

 “Preventie is voor mij een speerpunt. Daarom ben ik ook ambassadeur van de landelijke coalitie Kansrijke Start. Een goed begin en het verstevigen van ouderschap leidt letterlijk tot gezondheidswinst op latere termijn. Wat ik interessant vind is om structuren op microniveau (bijvoorbeeld het succes van Centering Pregnancy) te relateren aan dezelfde “soort” structuren op macroniveau (kansrijke start). Het gaat om het verbinden van zorgdomeinen met andere (bijvoorbeeld sociale) domeinen. In Centering Pregnancy groepen boeken we succes door juist ook naar andere invalshoeken te kijken: we nodigen bijvoorbeeld een jeugdverpleegkundige of een diëtist uit en helpen zo jonge moeders richting zelfvertrouwen, autonomie en een gezonde start. ”

Hoe ziet u hierin de rol van het CPZ?

 “Het CPZ laat haar ondersteunende en verbindende waarde steeds beter zien. Dat is ook nodig. Er gebeurt veel goeds in de regio. Initiatieven die landelijk geïmplementeerd kunnen en moeten worden. Want als dat niet gebeurt, werkt dat versnippering in de hand. Ook hier geldt: Wat micro werkt, kan macro worden uitgerold. Ik zie het CPZ als een krachtige verbinder, die meer en meer haar stem mag laten gelden. Ik maak daar graag deel vanuit.”