Een kansrijke start met borstvoeding

Het actieprogramma Kansrijke Start is erop gericht om zo veel mogelijk kinderen de best mogelijke start van zijn of haar leven te geven en daarmee een optimale kans op een goede toekomst. Een belangrijk, toegankelijk en goedkoop onderdeel van een gezonde, en daarmee kansrijke start, is  borstvoeding. Borstvoeding stimuleert niet alleen de hechting tussen moeder en kind, maar ook de ontwikkeling en gezondheid van het kind. De voordelige effecten van borstvoeding zijn nog decennia lang meetbaar. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kinderen die voor een langere periode borstvoeding hebben gehad door de antistoffen in de moedermelk minder vaak allergische klachten, astma en luchtweginfecties hebben. Ook infecties van het maagdarmkanaal komen minder voor. Borstvoeding stimuleert de hersenontwikkeling, wat leidt tot een hoger IQ en betere cognitieve functie en daarnaast vermindert het de kans op het ontwikkelen van overgewicht,  diabetes en hart- en vaatziekten later in het leven. Een bijzonder goede investering dus in latere gezondheid die bovendien enorm goedkoop is. De gunstige effecten van borstvoeding beperken zich echter niet tot de kinderen, maar beïnvloeden ook de gezondheid van de moeder en de portemonnee van de ouders en is nog duurzaam bovendien. Daarmee zou je borstvoeding een  volksgezondheid katalysator kunnen noemen.

Met dit scala aan voordelen zou je verwachten dat alle pasgeboren kinderen in Nederland massaal ‘aan de borstvoeding zijn’ en dat alles op alles wordt gezet om vrouwen die borstvoeding willen geven ook maximaal  te ondersteunen. De cijfers geven echter een ander beeld:  gemiddeld krijgen  7 op de 10 kinderen borstvoeding na hun geboorte. In de eerste weken na de geboorte daalt dat percentage  drastisch naar ongeveer de helft en 3 maanden na de geboorte krijgt nog maar 3 op de 10 baby’s borstvoeding. Deze cijfers liggen nog eens flink lager bij kinderen met moeders met een laag opleidingsniveau.

Veel vrouwen die beginnen met borstvoeding blijken eerder te stoppen dan zij hadden gewild. Redenen die ze hiervoor aangeven zijn pijn bij het voeden, problemen met aanleggen, onzekerheid over voldoende melk, terugkeer naar het werk en voeden in het openbaar. Borstvoeding wordt vaak gezien als individuele keuze van de moeder, die eventuele problemen die zich voordoen ook maar zelf moet zien op te lossen. En dan lijkt stoppen vaak de enige oplossing. Voor veel van de problemen die vrouwen ervaren in het geven van borstvoeding zijn goede oplossingen. Er valt, gelet op de borstvoedingscijfers, nog een wereld te winnen, juist ook voor kinderen in kwetsbare gezinnen. Door met alle betrokken professionals aandacht en ondersteuning te geven bij de voorbereiding en start van borstvoeding en hulp aan ouders te bieden als het anders loopt dan verwacht,  maken we het mogelijk dat kinderen een gezonde, kansrijke start maken.

Bronnen

  • Victora CG, Bahl R, Barros AJD, Franca GVA, Horton S, Krasevec J, Murch S, Sankar MJ, Walker N, Rollins NC (2016) Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet, Volume 387, No.10017, pp.475-490, 30 January
  • Rollins NC, B handari N, Hajeebhoy N, Horton S, Lutter CK, Martines JC, Piwoz EG, Richter LM, Victora CG (2016) Why invest, and what it will take to improve breastfeeding practices? Lancet, Volume 387, No.10017, pp.491-504, 30 January
  • Acta Paediatrica (2015)Special Issue: Impact of Breastfeeding on Maternal and Child Heath, December, Volume 104, Issue Supplement S467, pp. 1-134
  • Petra Kramer, Elmara Bremer, Judith ter Berg. Borstvoeding (2019). Kantar, Rapport H7249
  • Peiling Melkvoeding 2015, TNO, rapport TNO/CH 2015 R10385
  • Peiling Melkvoeding 2018, NCJ / TNO