Coronastress heeft levenslange gevolgen voor de allerkleinsten. ‘Hun achterstand is straks niet meer in te halen’

Er moet in deze coronacrisis meer aandacht komen voor belangen van (ongeboren) baby’s en kinderen tot en met twee jaar. ‘De allerjongsten hoor je niet, maar hun achterstand is straks niet meer in te halen’, zegt Tessa Roseboom, hoogleraar vroege ontwikkeling en gezondheid bij de Universiteit van Amsterdam.

door Hans-Lukas Zuurman

Tessa Roseboom
©beeld: Jan Pieter Keller
Tessa Roseboom

Vanwaar uw oproep?

De eerste duizend dagen vanaf de bevruchting zijn van cruciaal belang in de ontwikkeling van kinderen. In die periode wordt hun fundament gelegd. En dat kan maar een keer. Twee jaar geleden schreef ik er een boek over vanuit biologisch, medisch en maatschappelijk perspectief. Ik heb onderzoek gedaan naar de gevolgen van de hongerwinter in de oorlog voor baby’s. De ondervoeding leidde ertoe dat hart en hersenen zich anders ontwikkelden. Ze bleken later vaker hart- en vaatziekten te hebben en een minder goede hersenfunctie. De grieppandemie in 1918 liet vergelijkbare effecten zien.’

De huidige corona-pandemie is vergelijkbaar daarmee, vindt u?

‘Jazeker. We hebben het over de periode waarin een kind zich enorm ontwikkelt. Nergens in het verdere leven gebeurt dat in dat tempo. Een hart kun je maar één keer aanleggen. Dus het hart waarmee je geboren wordt, daar ga je mee dood. Dat verandert niet meer. En waren er minder bouwstenen voorhanden voor je brein in die begintijd, dan heb je het met de gevolgen daarvan je hele leven te doen en krijg je eerder last van slijtage. Je hoeft op dit moment bij jonge kinderen nog niet veel schade te zien, maar de effecten gaan over de heel lange termijn. Als er stress in het gezin is, bijvoorbeeld door baanverlies of geweld achter de voordeur als gevolg van de crisis, levert dat het jonge kind de meeste en langdurige schade op.’

Hoe werkt dat dan?

‘Als een vrouw tijdens haar zwangerschap veel last van stress heeft, maakt ze het stresshormoon cortisol aan. Ook het ongeboren kind krijgt daarmee te maken. Het ontwikkelt op die manier een extra mate van gevoeligheid voor stress. Natuurlijk filtert de placenta een deel weg, maar lang niet alles. Zo’n invloed van buiten heeft dus direct impact op hoe de hersenen zich ontwikkelen. En dat kan maar één keer. En vlak na de geboorte blijft een kind in snel tempo groeien. Ook dan moet die groei ongestoord kunnen plaatsvinden.’

Het is nu eenmaal crisistijd. Hoe zijn de belangen van deze jonge kinderen beter veilig te stellen?

‘Het is complexe materie. Het begint met je bewust worden van dit probleem en dat een sociaal netwerk van belang is. Intussen is er wetenschappelijk bewijs dat als je jonge gezinnen - die bijvoorbeeld financieel in de problemen zijn geraakt - helpt met een microkrediet in de aller prilste fase in het gezin, dat dit de rust bevordert. Verder is het belangrijk dat reguliere zorg via het consultatiebureau kan doorgaan. Daar wordt meegekeken hoe het in het gezin gaat. Daar wil je zo goed mogelijk contact over hebben. Ook de verloskundigezorg moet gewaarborgd blijven, waarbij het niet alleen om de medische kant gaat, maar waarbij ook gevraagd wordt hoe het mentaal met de zwangere vrouw gaat. Toen in 2011, door overstromingen in het Australische Queensland, grote groepen zwangeren zonder zorg kwamen te zitten, waren er verloskundigen die telefonisch contact met aanstaande moeders hielden. De baby’s uit die praktijken deden het significant beter dan de baby’s van de moeders die helemaal geen ondersteuning hadden gekregen.’

Zijn we niet te laat met ingrijpen? We zitten immers al in de tweede golf van de pandemie.

‘Tijdens de eerste golf leek het aanvankelijk goed te gaan en was er op alternatieve wijze contact met gezinnen om ze te ondersteunen. Toch denk ik dat we het effect te optimistisch hebben ingeschat. Je hoort intussen verhalen over geweld achter de voordeur, bijvoorbeeld. We moeten nog meer inzetten op het creëren van sociale netwerken om de gezinnen heen, bijvoorbeeld via onlinegespreksgroepen. We moeten niet alleen kijken naar bestrijding van het virus. De stemmen van de allerjongsten hoor je namelijk niet, maar hun achterstand is straks niet meer in te halen.’

De crisis lijkt ook positief uit te pakken. Het Erasmus MC bracht onlangs naar buiten dat het aantal vroeggeboorten door de crisis met zo’n twintig procent is gedaald.

‘Dat lijkt een lichtpuntje. Er wordt nog onderzocht hoe dat precies komt. Ik hoor daarnaast dat ouders in de eerste week na de geboorte van hun kind minder kraamvisite krijgen. Dat brengt rust, waardoor het meer moeders lukt met borstvoeding te starten. Dat is ook wat waard voor de gezondheid van kinderen.’